Hierbij willen wij u  informeren over de gewijzigde regelgeving met betrekking tot zelfstandigen. De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) is niet meer geldig per 1 mei 2016. Hiervoor kwam de aangenomen Wet Deregulering Beoordelen Arbeidsverhoudingen (Wet DBA) in de plaats.

Het nieuwe kabinet kondigt de nodige maatregelen aan die effect hebben op hoe organisaties hun behoefte aan flexibel personeel kunnen organiseren. Met name de inhuur van zelfstandigen gaat – opnieuw – fors op de schop. Een overzicht van relevante passages uit het regeerakkoord (letterlijke citaten staan cursief), waarbij voor opdrachtgevers de aanpassing van de Wet DBA, met een differentiatie naar tarief, zowel hoog als laag, het meest in het oog springt.

Er moet volgens het kabinet ‘een nieuwe balans tussen flex en vast’ worden gevonden. “Een flexibele arbeidsmarkt is een groot goed, maar kan ook doorschieten. Te vrijblijvende arbeidsrelaties leiden tot onzekerheid bij werknemers, verlies aan ervaring bij bedrijven en te weinig investeringen in kennis en opleiding. Wij willen een nieuwe balans tussen flex en vast. Voor werkgevers moet het financieel aantrekkelijker en minder risicovol worden om mensen een gewoon arbeidscontract aan te bieden. Wie bewust kiest voor het zelfstandig ondernemerschap leggen we niets in de weg. Tegelijkertijd beschermen we mensen die vaak onverzekerd en zonder alternatief zijn aangewezen op het ZZP-schap.”

“Vaste werknemers, flexwerkers en zzp-ers zijn onbedoeld concurrenten van elkaar geworden” zo constateren de vier partijen, VVD, CDA, D66 en CU. “De sleutel naar een eerlijker arbeidsmarkt ligt in de gelijktijdige beweging: vast werk minder vast maken en flexwerk minder flex. Het is de ambitie van dit kabinet dat meer mensen aan het werk kunnen gaan in contracten voor onbepaalde tijd. Zelfstandigen moeten de ruimte krijgen om te ondernemen. Schijnzelfstandigheid wordt aangepakt.”

Modelovereenkomsten maken plaats voor een opdrachtgeversverklaring

“De Wet DBA wordt (…) vervangen. De nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen. Bij de uitwerking van de wet zullen veldpartijen betrokken worden en zijn zowel de handhaafbaarheid als de effecten op de administratieve lasten van belang.”

Het hele stelsel van de modelovereenkomsten, ingevoerd met de Wet DBA, gaat dus verdwijnen. Er komt een webmodule met een zogenoemde opdrachtgeversverklaring. Het handhaving moratorium rond de Wet DBA wordt verlengt (behalve voor de kwaadwillenden).

“Deze geeft opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid bij de inhuur van zelfstandig ondernemers. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring via het invullen van een webmodule, zoals bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk bestaat. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen (tenzij de webmodule niet naar waarheid is ingevuld). In de webmodule wordt een aantal duidelijke vragen gesteld aan de opdrachtgever over de aard van de werkzaamheden. 

Daarbij wordt ten behoeve van de webmodule het onderdeel ‘gezagsverhouding’ verduidelijkt (bijvoorbeeld dat het enkel moeten bijwonen van een vergadering op zichzelf geen indicatie van gezag is). Tevens zal het kabinet de wet zo aanpassen dat gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden.”

Opdrachtgevers moeten een online formulier invullen om zo te controleren of een opdracht inderdaad zonder problemen door een zelfstandige uitgevoerd kan worden.

Aanvullend op deze maatregel geldt een minimumtarief en een opt-out regeling voor zelfstandigen die boven de 75 euro per uur werken (en korter dan een jaar worden ingehuurd dan wel niet-reguliere werkzaamheden doen).  Zie hieronder.

“De markt krijgt de tijd om te wennen aan veranderde wet- en regelgeving. Het huidige handhavingsmoratorium wordt na invoering van de bovenstaande maatregelen gefaseerd. Na invoering van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar een terughoudend handhavingsbeleid (onder andere geen boetes na eerste controle), waarin de Belastingdienst een coachende rol heeft en partijen helpt bij de toepassing van de nieuwe regelgeving.

Het kabinet gaat verkennen, ook in overleg met sociale partners en veldpartijen, of en hoe zelfstandig ondernemerschap via de invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek zou kunnen krijgen in het burgerlijk wetboek. Dit zou de positie van zelfstandig ondernemers kunnen verhelderen.”

Schematisch zou dat er dan ongeveer zo uit moeten gaan zien.

 

 

 

 

 

 

 

Minimum tarief

“Voor zzp-ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Wat een laag tarief is, wordt gedefinieerd als corresponderend met loonkosten tot 125% van het wettelijk minimumloon (de grens die bijvoorbeeld ook voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt gehanteerd) of met de laagste loonschalen in cao’s. Er wordt één tarief gekozen om voor de gehele markt de onderkant af te bakenen. Op basis van de gehanteerde argumentatie zal dit tarief vermoedelijk liggen in een bandbreedte tussen de 15 en 18 euro per uur. Een langere duur wordt gedefinieerd als langer dan drie maanden.”

Inzetten van zzp’ers onder het minimumtarief wordt dus onmogelijk. Bij ‘niet-reguliere werkzaamheden’ kan het wel, maar dan niet langer dan drie maanden.

Opt out boven 75 euro per uur

“Aan de bovenkant van de markt wordt voor zelfstandig ondernemers een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd, indien er sprake is van een hoog tarief in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst of een hoog tarief in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Bij een ‘hoog tarief’ denkt het kabinet aan een tarief boven de 75 euro per uur. Een kortere duur wordt gedefinieerd als korter dan een jaar.”

De eerder genoemde opdrachtgeversverklaring gaat dus niet gelden voor interim-managers/professionals die boven de 75 euro per uur krijgen (voorlopig bedrag), mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan:

  • Boven 75,- + opdracht korter dan 1 jaar: geen opdrachtgeversverklaring.
  • Boven 75,-  + opdracht langer dan 1 jaar EN het zijn geen reguliere bedrijfsactiviteiten: geen opdrachtgeversverklaring.
  • Boven 75,- + opdracht langer dan 1 jaar EN en het zijn WEL reguliere bedrijfsactiviteiten: wel een opdrachtgeversverklaring.

Ondernemersovereenkomst in BW

Het kabinet gaat verkennen, ook in overleg met sociale partners en veldpartijen, of en hoe zelfstandig ondernemerschap via de invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek zou kunnen krijgen in het burgerlijk wetboek. Dit zou de positie van zelfstandig ondernemers kunnen verhelderen en verstevigen. 

Onduidelijk hier is in hoe dit zich verhoudt tot de genoemde opdrachtgeversverklaring.

Payrolling / Uitzenden

“Payrolling als zodanig blijft mogelijk, maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument is voor het ‘ontzorgen’ van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden. 

Het kabinet komt met een wetsvoorstel waarin het soepeler arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst buiten toepassing wordt verklaard, werknemers qua (primaire en secundaire) arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk moeten worden behandeld met werknemers bij de inlener, en de definitie van de uitzendovereenkomst ongemoeid blijft

Het kabinet wil voorkomen dat bij nulurencontracten sprake is van permanente beschikbaarheid daar waar de aard van de werkzaamheden dat niet vereist.”

Werkgeverschap aantrekkelijker, hervorming WWZ

Op zoek naar een nieuwe balans tussen ‘vast-en-flex’ komen er een aantal maatregelen die het werkgeverschap aantrekkelijker maken. Met dus als wens om vaker een arbeidsovereenkomst aan te bieden, in plaats van een flex-contract of een zzp-constructie:

  • Het ontslagrecht wordt versoepeld.
  • Meer balans in de transitievergoeding
  • De termijn dat tijdelijke arbeidscontracten gestapeld kunnen worden gaat weer van twee jaar naar drie jaar.
  • Werkgevers kan een langere proeftijd afgesproken worden. Als een werkgever meteen een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, gaat een maximale proeftijd van 5 maanden gelden. Bij contracten langer dan 2 jaar mag een proeftijd van 3 maanden ingesteld worden.
  • De loondoorbetalingsplicht bij ziekte wordt teruggebracht van 2 naar 1 jaar. Dit geldt voor ‘kleine’ werkgevers (minder van 25 personen). Bedoeling is dat zij er hierdoor toe overgaan eerder personeel in vaste dienst te nemen.

Fiscale maatregelen zelfstandigen

Voor zelfstandigen met een BV gaat de vennootschapsbelasting omlaag. De zelfstandigenaftrek bij de invoering van een ‘vlaktaks’ aangepast. Er komt geen verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Deze maatregelen lijken geen groot effect te hebben op de markt van de HBO+-opgeleide zelfstandigen. Mogelijk dat er wel meer zelfstandigen overstappen naar een BV.

Zie hier voor de volledige tekst van het regeerakkoord