19 februari 2016

Wat gaat er veranderen?
Vanaf 1 mei vervalt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – als zij dat willen – een modelovereenkomst gebruiken om vooraf zekerheid te hebben over de voorgenomen arbeidsrelatie en zo te weten dat er geen sprake is van loondienst. Opdrachtgevers weten dan zeker dat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en te betalen. De wijzigingen staan in de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA).

In samenwerking met belangenorganisaties stellen wij hiervoor een stelsel van modelovereenkomsten op en beoordelen wij overeenkomsten van branches, opdrachtgevers of hun intermediairs en individuele opdrachtnemers.

De modelovereenkomsten zijn op Belastingdienst.nl te vinden. Als opdrachtgevers en zzp’ers in de praktijk ook conform de modelovereenkomsten werken, hebben zij de gewenste zekerheid over de loonheffingen vooraf voor een periode van 5 jaar. Voor de duidelijkheid: partijen hoeven uiteraard geen gebruik te maken van een modelovereenkomst. Net als de VAR is deze niet verplicht. De DBA herstelt de balans in verantwoordelijkheid tussen opdrachtgevers en zzp’ers en stelt ons in staat te handhaven. Daarnaast verlaagt het de administratieve lasten voor zzp’ers en hun opdrachtgevers.

Moeten opdrachtgevers en zzp’ers alles voor 1 mei 2016 geregeld hebben?
Nee, zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om te bepalen of het nodig is om met een modelovereenkomst te werken. Ook hebben zij de tijd om te bepalen welke modelovereenkomst past bij de manier waarop zij werken. Tot 1 mei 2017 geven wij voorlichting en helpen we bij de invoering van de nieuwe werkwijze. Voor zzp’ers en hun opdrachtgevers geldt in 2016 wel een inspanningsverplichting: zij moeten beiden actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat een zzp’er niet in loondienst werkt. Bijvoorbeeld door aantoonbaar met elkaar in gesprek te zijn over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn.

Neemt de administratieve rompslomp voor zzp’ers toe?
Het werken met modelovereenkomsten is juist eenvoudiger dan het werken met de VAR.

Een VAR moest elk jaar opnieuw worden aangevraagd en bij elke opdracht opnieuw worden opgestuurd. Veranderde het werk of de voorwaarden waaronder werd gewerkt? Dan moest er een nieuwe VAR worden aangevraagd. Wanneer wordt gewerkt met een modelovereenkomst is dit niet meer nodig. Met een modelovereenkomst kan de zzp’er direct aan de slag. De overeenkomst hoeft niet eerst aan ons voorgelegd te worden. Zolang de opdrachtgever en zzp’er maar met elkaar afspreken, bijvoorbeeld per e-mail of in de opdrachtbevestiging, volgens welke modelovereenkomst (nummer) er gewerkt wordt.

Krijgt een zzp’er in het nieuwe systeem minder duidelijkheid en zekerheid?
Veel zzp’ers denken dat de VAR een soort werkvergunning is, maar in werkelijkheid geeft de VAR alleen aan de opdrachtgever zekerheid. Met de VAR weet een zzp’er niet zeker of hij wel echt buiten loondienst werkt. Als achteraf blijkt dat hij toch in loondienst heeft gewerkt, krijgt de zzp’er een aanslag inkomstenbelasting en kan hij het recht op ondernemersaftrek verliezen. De opdrachtgever is dan niet dan aansprakelijk.

Wordt het nu voor veel opdrachtnemers moeilijker om als zzp’er te werken?
Nee. De grens tussen ondernemerschap en dienstverband verandert niet. Alles wat nu mag, mag straks ook. Alles wat straks niet kan, kan nu ook al niet. Het wordt met de modelovereenkomsten wel veel duidelijker wat wel en niet kan.

Is het veiliger om tussenpersonen in te schakelen?
Nee, de modelovereenkomsten geven aan opdrachtgevers en opdrachtnemers direct duidelijkheid. Werken via een tussenpersoon geeft niet meer zekerheid.

Moet ik voor elke klus en voor allerlei verschillende klussen opnieuw een overeenkomst opstellen?
Nee. De modelovereenkomsten staan op onze internetsite. De algemene modelovereenkomsten zijn geschikt voor alle type opdrachten, ongeacht de branche of het beroep. Als er volgens een modelovereenkomst gewerkt, wordt hebben opdrachtgever en opdrachtnemer zekerheid. Volgens welke overeenkomst gewerkt, wordt bepalen de opdrachtgever en de opdrachtnemer zelf.

Wordt het verplicht om met een modelovereenkomst te werken?
Nee. Veel zzp’ers weten immers op voorhand al dat zij niet in loondienst werken, zoals de stukadoor bij particulieren thuis of een fotograaf die jaarlijks een teamdag van een bedrijf vastlegt. Als je niet zeker bent of en hoe je buiten dienstverband kunt werken, kan werken volgens een modelovereenkomst zekerheid geven aan beide partijen.

Kan ik de modelovereenkomsten aanpassen aan mijn eigen situatie?
In de overeenkomsten hebben wij de bepalingen geel gemarkeerd die maken dat er geen sprake is van loondienst. Daarom mogen deze bepalingen niet aangepast worden. De andere bepalingen kunnen wel zelf worden aangepast. Ook kunnen bepalingen worden toegevoegd, zolang deze niet tegenstrijdig zijn met de geel gemarkeerde bepalingen. Partijen hoeven de aangepaste overeenkomsten niet door ons te laten beoordelen.

Staan de positie en sociale zekerheid van zzp’ers onder druk?
Integendeel. De positie van zzp’ers wordt versterkt omdat ook zij nu zekerheid vooraf hebben. Daarnaast kan een zzp’er, als achteraf blijkt dat er toch sprake was van een loondienst, nu wél aanspraak maken op uitkeringen bij bijvoorbeeld ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Daarnaast ligt de aansprakelijkheid niet meer alleen bij de zzp’er, maar zijn beide partijen verantwoordelijk voor de eigen belasting- en premieverplichtingen. Onder de VAR was alleen de zzp’er aansprakelijk. Onder de VAR had de zzp’er geen recht op sociale zekerheid. Dit is voor zzp’ers een verbetering.

Legaliseert de DBA schijnzelfstandigheid?
Met de VAR kan de Belastingdienst niet handhaven op schijnzelfstandigheid. Als het bestaat, kan het niet worden aangepakt. In het nieuwe systeem kan de Belastingdienst wel handhaven. Dan wordt schijnzelfstandigheid niet gelegaliseerd, maar juist aangepakt.

Wat moet een zzp’er nu concreet doen?
Vanaf 1 mei moeten zzp’ers het volgende doen:

  1. Samen met de opdrachtgever bepalen of een modelovereenkomst nodig is In veel gevallen is het duidelijk dat een zzp’er niet in loondienst werkt. Denk aan een schilder die steeds voor verschillende particulieren werkt. In dat geval hoeft geen modelovereenkomst gebruikt te worden. Bij twijfel kan een zzp’er met zijn opdrachtgever gebruikmaken van een modelovereenkomst, maar dit is niet verplicht.
  2. Een passende modelovereenkomst selecteren. Hebben de zzp’er en zijn opdrachtgever een modelovereenkomst nodig, dan kunnen zij op onze internetsite een modelovereenkomst selecteren die past bij de manier waarop zij willen werken.
  3. Modelovereenkomst vastleggen Een zzp’er en de opdrachtgever moeten vastleggen volgens welke modelovereenkomst zij gaan werken. De zzp’er kan dat bijvoorbeeld doen door de modelovereenkomst als bijlage mee te sturen in de mail waarin hij afspraken maakt met zijn opdrachtgever. Of door te verwijzen naar het nummer van de modelovereenkomst.
  4. Werken volgens de afspraken in de modelovereenkomst Zolang de zzp’er en zijn opdrachtgever werken volgens de afspraken in de modelovereenkomst, is er geen sprake van loondienst en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden.

Wat betekent de nieuwe wet voor zelfstandigen en bedrijven?
Met de nieuwe wet DBA is er nu steeds meer helderheid ontstaan over de voorwaarden waaronder een zelfstandige kan werken. Als er wordt gewerkt volgens een modelovereenkomst die door ons is opgesteld of beoordeeld, dan hoeft een opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en te betalen. Een zelfstandige is dan niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA). Hij krijgt dus geen uitkering als hij werkloos, ziek of arbeidsongeschikt wordt. Het werken volgens een modelovereenkomst zegt alleen iets over de loonheffingen en niet over het ondernemerschap van een zelfstandige.

Hoe zit het met de verdeling van verantwoordelijkheden tussen zzp’ers en bedrijven als er toch sprake blijkt van een dienstbetrekking?
Als wij bij een opdrachtgever vaststellen dat een arbeidsrelatie loondienst is, dan heeft dat fiscale gevolgen. In die situatie is het mogelijk dat wij een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen aan de opdrachtgever. De opgelegde loonbelasting/premie volksverzekeringen kan de opdrachtgever/werkgever op de opdrachtnemer/ werknemer verhalen.

Wij kunnen de loonbelasting/premie volksverzekeringen bij de opdrachtnemer/werknemer als voorheffing verrekenen bij zijn aangifte inkomstenbelasting. De opdrachtnemer/werknemer is in deze situatie doorgaans ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) kan de opdrachtgever niet verhalen op de opdrachtnemer/werknemer.

Als blijkt dat er toch sprake is van loondienst, dan kan de opdrachtnemer zijn positie als fiscaal ondernemer verliezen. Dit betekent dat hij dan geen recht meer heeft op ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek en de oudedagsreserve.

Wanneer gaat de wet DBA in en is er een overgangsperiode?
De wet gaat op 1 mei 2016 in. Dus met ingang van 1 mei 2016 wordt de VAR afgeschaft. Om alle partijen aan het nieuwe systeem van modelovereenkomsten te laten wennen, geldt er een transitieperiode tot 1 mei 2017.

De overgangsperiode bestaat uit 2 delen: de voorbereidings- en implementatiefase:

Voorbereidingsfase
Deze fase loopt tot 1 mei 2016. De focus ligt in deze periode op het geven van voorlichting. Zo ontvangen alle VAR-houders binnenkort een brief van ons over de DBA en organiseren wij de komende tijd chatsessies met zzp’ers en webinars voor zzp’ers en opdrachtgevers. Ook is er informatie beschikbaar via onder andere onze internetsite, het het Ondernemersplein en sociale media.

Wij werken nauw samen met belangenorganisaties om gezamenlijk de voorlichting over DBA vorm te geven, bijvoorbeeld door middel van voorlichtingsbijeenkomsten. Daarnaast publiceren wij de laatste algemene modelovereenkomsten voor bemiddeling bij de al bestaande modelovereenkomsten. Uiteraard blijft het wel mogelijk om (sectorale) overeenkomsten aan ons voor te leggen. Wij zullen deze beoordelen en, indien mogelijk, bij de modelovereenkomsten op onze site publiceren. Lees meer over de de mogelijkheden.

Overgangsperiode van 1 jaar
Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om te bepalen of het nodig is om met een modelovereenkomst te werken. Ook hebben zij in deze periode de tijd om te bepalen welke modelovereenkomst past bij de manier waarop zij werken. Tot 1 mei 2017 geven wij voorlichting en helpen we bij de invoering van de nieuwe werkwijze. Voor zzp’ers en hun opdrachtgevers geldt dit jaar wel een inspanningsverplichting: zij moeten actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat een zzp’er niet in loondienst werkt. Bijvoorbeeld door aantoonbaar met elkaar in gesprek te zijn over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn.

Waarom gaat het veranderen, wat is het probleem?
De VAR-regeling wordt met name vervangen door de nieuwe wet DBA omdat:

Schijnzekerheid
Ten eerste zorgt de VAR-systematiek voor schijnzekerheid. Per jaar geven wij 500.000 VAR-verklaringen aan zzp’ers af. Een VAR wordt afgegeven op basis van feiten en omstandigheden die veelal nog niet bestaan. De afgifte vindt namelijk plaats voorafgaand aan het jaar dat nog moet komen. Een zzp’er weet op het moment van aanvragen van een VAR nog niet wie zijn opdrachtgevers voor het aankomende jaar zijn en onder welke feiten en omstandigheden hij aan het werk gaat. In de praktijk blijken feiten en omstandigheden naderhand regelmatig niet overeen te komen met de afspraken op basis waarvan de VAR is verkregen.

Een zzp’er wordt hiermee geconfronteerd als wij na bijvoorbeeld een controle, zijn VAR herzien. De houder van de VAR, de aanvrager, ontleent aan zijn VAR vaak het idee dat hij daarmee voldoet aan de fiscale voorwaarden voor ondernemerschap en daarom recht heeft op ondernemersfaciliteiten. Die zekerheid kan de houder van de VAR daar echter niet aan ontlenen. De enige zekerheid die hij heeft, is dat hij door de VAR te gebruiken niet meer in aanmerking komt voor sociale zekerheid.

Belemmering handhaving van de wet
Ten tweede belemmert de VAR-systematiek de handhaving van de wet. De opdrachtgever is vrijwel ongeclausuleerd gevrijwaard voor het betalen van loonheffingen achteraf. Wij kunnen alleen bij een opdrachtgever handhaven als er sprake is van kwade trouw. De bewijslast om kwade trouw aan te tonen rust op ons. In de praktijk blijkt dat het vrijwel onmogelijk is om kwade trouw aan te tonen.

De VAR-systematiek verstoort daardoor de balans in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Omdat het niet mogelijk is om te handhaven bij de opdrachtgever, moeten wij ons wenden tot de opdrachtnemer. Dat is ongewenst en niet efficiënt. In plaats van handhaven bij 1 opdrachtgever met bijvoorbeeld 200 zzp’ers handhaven wij nu bij individuele opdrachtnemers.

In de VAR-systematiek is alleen de opdrachtnemer verantwoordelijk voor het verbinden van de juiste fiscale gevolgen aan de arbeidsrelatie, terwijl de opdrachtgever en opdrachtnemer de arbeidsrelatie samen vormgeven. De wet DBA brengt de verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers weer in balans doordat opdrachtgevers en opdrachtnemers samen verantwoordelijk zijn voor de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie.

Waarom brengt de wet DBA een verbetering ten opzichte van de VAR?
Wij kunnen nu niet handhaven op schijnzekerheid en straks wel. De DBA beoogt schijnzekerheid te vermijden en handhaving van de wet mogelijk te maken. De kern is voorkomen van schijnzelfstandigheid in plaats van beboeten.

De focus van de handhaving richt zich op de preventieve werking die ontstaat doordat opdrachtgevers ook een belang zullen krijgen bij de juiste fiscale kwalificatie van een arbeidsrelatie. Lees meer over de achtergrond hiervan bij ‘Waarom gaat het veranderen, wat is het probleem’. In de handhavingsaanpak gaan wij risicogericht te werk.

De DBA verlaagt de administratieve lasten en dejuridiseert het proces. Zzp’ers vragen eens per jaar een VAR aan en sturen deze daarna bij elke opdracht mee. Dit brengt een aanzienlijke administratieve last met zich mee. Wanneer er met modelovereenkomsten gewerkt wordt, is dit niet meer nodig. Er kan bijvoorbeeld in de e-mail of opdrachtbevestiging worden afgesproken volgens welke overeenkomst er gewerkt wordt om zekerheid vooraf te krijgen. Wij dejuridiseren het proces door de 500.000 juridische beschikkingen te vervangen door een beperkt aantal modelovereenkomsten.

De DBA herstelt de balans in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Het risico lag met de VAR alleen bij de zzp’er. Met de DBA zijn beide partijen verantwoordelijk voor naleving van de wet- en regelgeving. Ook bij de opdrachtgever kan nu gehandhaafd worden.

Waarom is er niet voor gekozen de VAR te verbeteren?
Bij een aanvraag van de VAR is de opdrachtnemer verantwoordelijk voor de juiste invulling van het aanvraagformulier. De opdrachtgever is niet bij de aanvraag betrokken. Daardoor is het lastig om de opdrachtgever medeverantwoordelijk te maken voor de juiste toepassing van een VAR. De opdrachtgever weet immers niet wat er op het aanvraagformulier is ingevuld en kan ook niet controleren of de ingevulde gegevens juist zijn. Met de DBA willen wij de balans in de verantwoordelijkheden tussen opdrachtnemer en opdrachtgever herstellen.

Om de VAR te verbeteren zou het bovendien nodig zijn geweest om een meer uitgebreide vragenlijst bij de aanvraagformulieren te gebruiken. Deze uitgebreidere vragenlijst zou precies moeten kloppen voor elke specifieke arbeidsrelatie en niet zoals nu voor welke bron van inkomen sprake is. Dat zou betekenen dat er VAR-verklaringen voor vrijwel elke arbeidsrelatie opgesteld moesten worden. Deze zouden wij dan ook moeten preciseren en automatiseren. In essentie was dat mogelijk met de webmodule die onderdeel was van het wetsvoorstel Beschikking geen loonheffing (BGL). Dit voorstel is definitief van tafel en is omgedoopt tot een alternatief in de nieuwe wet DBA.

De uitgebreide vragenlijst conform het BGL-wetsvoorstel zou het aantal VAR-verklaringen niet verkleinen, maar juist sterk vergroten. De vragenlijst zou de administratieve lasten ook verhogen. Dit was voor de betrokken belangenorganisaties niet acceptabel. Daarbij komt dat de antwoorden van de opdrachtnemer ook bij een uitgebreid vragenformulier grotendeels gebaseerd zijn op feiten en omstandigheden die zich nog moeten voordoen. De afgifte van een VAR vindt namelijk plaats voorafgaand aan het jaar dat nog moet komen. Achteraf kan blijken dat er sprake is van schijnzekerheid. Dit omdat er een grote kans bestaat dat de situatie naderhand feitelijk anders moet worden beoordeeld. Nu de wet DBA is aangenomen, ontstaat er een nieuw systeem van overeenkomsten die wel zekerheid vooraf bieden over de kwalificatie van de fiscale arbeidsrelatie.